Thursday, October 6, 2011

Limitless (Neil Burger, 2011)

Soms heb ik tussen de klassiekers door gewoon eens zin een makkelijke moderne actiefilm te kijken. Ik begon dus met vrij lage verwachtingen aan Limitless, en helaas heeft de film mijn verwachtingen geen moment echt kunnen overtreffen...

Het concept is zoals we vaak eerder gezien hebben. Een zekere gave (of in dit geval een pilletje) geeft iemand die in eerste instantie weinig voorstelt de mogelijkheid bijzondere dingen te verrichten. Eddie Morra (Bradley Cooper) is een weinig succesvol schrijver die net gedumpt is door zijn vriendin. Als hij toevallig zijn ex-zwager tegenkomt krijgt Eddie van hem een mysterieus pilletje toegeschoven. Waar een normaal mens slechts 20% van zijn of haar hersencapaciteit benut verhoogt ‘NZT’ dit tot 100%. Eddie’s leven zal voorgoed veranderen. Zo schrijft hij binnen no-time een briljant boek, gaat hij speculeren op de beurs en is wordt hij op vele andere fronten zeer succesvol. Dat er een keerzijde aan dit succes zit laat zich raden.

Limitless weet met een in eerste instantie interessant idee niks origineels te doen helaas. Het eerste half uur is nog veelbelovend, maar zoals we wel vaker zien, neemt regisseur Neil Burger (the Illusionist) te veel hooi op zijn vork en verzuipt de film in de vele ontwikkelingen en plotholes. Zo zou bijvoorbeeld het verhogen van de hersencapaciteit niet alleen leiden tot hogere intelligentie maar ook tot een nieuwe set vaardigheden, wat veel actie toevoegt, maar de geloofwaardigheid (als die er al was) minimaliseert. Het toevoegen van een moraal of een rare twist wil in sommige gevallen een film als deze nog wel eens boven water tillen, maar hier neemt Burger geen risico en de kijker krijgt een einde wat we van de meeste ‘popcorn’ hits gewend zijn.

Of ik teleurgesteld ben? Nee, niet echt, Limitless is een dertien in dozijn actiefilm die voor het nodige entertainment zorgt en zeker niet zo tegenvalt als een eerdere poging tot simpel vermaak.We zien echter niets wat niet al eerder vertoond is. Helaas kan niet elke nieuwe actiefilm van ‘Inception’ niveau zijn.

P.S.: Het feit dat ik de Niro niet eens genoemd hebt, zegt genoeg over zijn rol.

5/10

Wednesday, October 5, 2011

Rosemary’s Baby (Roman Polanski, 1968)

De term horrorfilm wordt veelal geassocieerd met slasherfilms. Een psychopatische moordenaar, veel bloed en een hoge ‘body count’. Dat er ook horror gemaakt kan worden zonder deze geijkte elementen bewees Roman Polanski al in de late jaren ’60 met Rosemary’s Baby, een van de beste films ooit binnen het genre.

De licht naïve Rosemary Woodhouse (Mia Farrow) en haar man Guy (John Cassavetes), die probeert te slagen als acteur, betrekken een appartement met een mysterieuze historie in New York. Al snel raken de twee goed bevriend met de extreem aardige, maar veel oudere buren, Minnie en Roman Castevet. Vooral Guy, die veel tijd met Roman doorbrengt, is erg gecharmeerd van hun nieuwe vrienden. Als Rosemary zwanger wordt, bevelen de buren hun dokter en vitaminedrankjes aan. Verder krijgt Guy, mede door dubieuze omstandigheden,ineens grote acteerrollen aangeboden. Rosemary voelt zich gedurende de zwangerschap slechter en slechter en na een aantal vervelende gebeurtenissen begint zij te vermoeden dat er hogere donkere krachten een rol spelen. Doen haar buren inderdaad aan hekserij of gaat Rosemary met haar eigen paranoïa aan de haal?

Mulholland Dr. (David Lynch)
Er zijn een aantal elementen die zorgen voor de spanning die vereist is in een goede horrorfilm. Allereerst de buren (gespeeld door Sidney Blackmer en Ruth Gordon). Het is hun voorkomen en dan met name de kleding, make up en maniertjes die je de stuipen op het lijf jagen. Zij deden mij meteen denken aan de twee oudjes in David Lynch’ meesterwerk Mulholland Drive, maar ik zou films van ‘oud’ naar ‘nieuw’ moeten kijken, want Lynch heeft Rosemary’s Baby ongetwijfeld eerst gezien. De droomscene,waarin Rosemary door het ‘kwaad’ verkracht wordt en de volgende ochtend licht gehavend wakker wordt, zou je Lynchiaans kunnen noemen ware het niet dat je naar een oudere film zit te kijken. Deze fenomenale scene is overigens het visuele hoogtepunt van de film.
Polanski geeft op intelligente wijze de kijker visuele hints. Zo is zijn gebruik van de kleur rood subtiel maar talrijk. Rosemary krijgt veel rode rozen, eet rood vlees tijdens haar zwangerschap en in haar droom draagt zij een rode jurk. Ook zit er een hint in de datum waarop zij zal bevallen. Dit zijn enkele voorbeelden van hoe er met de kijker gespeeld wordt. Verwennerij voor de filmfreak, ik kan hier in ieder geval erg van genieten.

Rosemary's Baby is bijna foutloos. Hier en daar zakt de spanning een klein beetje in, maar de regie is dusdanig goed, dat je als kijker constant in het ongewisse blijft betreffende de mentale staat van de protagonist. De climax is dan ook overdonderend en levert een historische scene op die je nog lang bij zal blijven!


9/10

Sunday, October 2, 2011

Annie Hall (Woody Allen, 1977)

“Hey, don't knock masturbation! It's sex with someone I love.”

Woody Allen is een fenomeen. Al sinds de jaren ’60 levert hij per jaar gemiddeld tenminste 1 film af. Ondanks dat de producties in zijn inmiddels enorme oeuvre vaak nogal wisselend van kwaliteit kunnen zijn weet hij toch altijd een bepaalde standaard te halen. Ik kan me in ieder geval geen film van hem herinneren waarbij ik me verveelde.

Een groot deel van Allen’s films karakteriseren zich door extreem veel dialoog (vooral als Allen zelf speelt), veel intellectueel geouwehoer, grappen uit dezelfde categorie en de meeste films spelen zich af in een grote stad (veelal New York, maar recentelijk ook Londen, Barcelona en Parijs). Qua plot zien we veelal relaties en de daaruit voortkomende problemen, wat in sommige gevallen tot misdaad leidt.

Zijn grote doorbraak kwam in 1977 met Annie Hall die o.a. 4 Oscars wist te winnen (opmerkelijk: ‘Star Wars’ werd verslagen in de strijd om Beste Film). Annie Hall (Diane Keaton) gaat over.... Woody Allen en Diane Keaton! Zij hadden een tijd lang een relatie en de film lijkt over deze relatie te gaan. Allen speelt Alvy Singer, een joodse neurotische intellectueel die stand-up comedian is (hij speelt dus zichzelf aangezien Allen voordat hij films ging maken comedian was). We volgen het koppel in de ontwikkeling van hun relatie en hoe ze vele discussie’s over de meest bizarre onderwerpen voeren. Het is maar goed dat Allen’s films over het algemeen rond de 90 minuten duren, zowel om het script dun te houden (Allen moet toch de filmmaker zijn met de hoogste ‘text over screentime’ ratio) en om als kijker niet leeggezogen te worden.

.... I happen to have Mr. McLuhan right here
Het toch dunne plot dient slechts als middel voor Allen om zijn vele grappen en filosofische inzichten met de kijker te delen. Hij doet dit niet alleen door de grappen in dialoog te verwerken maar weet ook op metafysisch niveau (hij neemt Annie bijvoorbeeld mee naar gebeurtenissen uit zijn jeugd) en via enkele filmtechnische trucs de kijker te plezieren. Zo doorbreekt Allen de zogenaamde ‘vierde wand’ en spreekt hij de kijker regelmatig toe.

Een van de meest memorabele scenes is toch wel die wanneer het stel Allen-Keaton in de rij staat voor bioscoopkaartjes en Allen zich doodergert aan zijn achterbuurman die beweert expert te zijn in de inzichten van mediawetenschapper Marshall McLuhan. Vervolgens tovert Allen McLuhan, tot nu toe niet zichtbaar in de scene, tevoorschijn. Deze absurde scene is typerend voor de gehele film. Allen beperkt zich geen moment tot de ‘filmische normen’ en speelt graag met het publiek. Dit zou voor veel films een enorme doodsteek  kunnen zijn maar voor ‘Annie Hall’ werkt dit enorm verfrissend en vermakelijk voor de kijker, die zich overigens geen moment zorgen hoeft te maken niet gestimuleerd te worden. Zo zien we een scene waar Annie bij haar therapeut hun relatie bespreekt, om onderstimulatie te voorkomen gebruikt Allen een split-screen om zijn therapie sessie tegelijkertijd te tonen. Het hoogtepunt wat dit betreft is de scene waarin de dialoog tussen Allen en Keaton aangevuld wordt door ondertitels die hun ware gedachten en bedoelingen moet tonen:



Behalve bovengenoemde ongein is Annie Hall toch ook vooral de film met de vele filosofische en  hilarische dialogen en one-liners die Allen veelal uit zijn werk als stand-up comedian heeft overgenomen:

“Don't you see the rest of the country looks upon New York like we're left-wing, communist, Jewish, homosexual pornographers? I think of us that way sometimes and I live here.” 

“ I don't want to move to a city where the only cultural advantage is being able to make a right turn on a red light.”

Annie Hall is nog steeds Allen’s bekendste film. Of het ook zijn beste is valt te betwisten. Zijn oeuvre is inmiddels zo groot en op zijn manier divers dat het moeilijk is een beste aan te wijzen. Het lijkt alsof zijn films er nooit echt uit springen, maar altijd het verwachte niveau van vermaak en/of spanning leveren, zij het onder een zekere kwaliteits variatie. Ik kijk er in ieder geval toch elk jaar weer naar uit om Allen’s nieuwste te bekijken en de bekende elementen maken zijn films tot een comfortabele en vertrouwd prettige zit.  

8/10

(Alle quotes komen van IMDB) 

Saturday, October 1, 2011

Black Butterflies (Paula van der Oest, 2011)

De Gouden Kalveren zijn weer uitgereikt en tot mijn grote verbazing viel Black Butterflies in de prijzen. Zowel voor beste film(!) als beste actrice (Carice van Houten) wist deze film met de hoogste Neerlandse prijzen naar huis te gaan.  Een gebeurtenis die in mijn ogen een zwaktebot voor de Nederlandse film in het algemeen is.

Wat de inhoud betreft houd ik het graag kort. De film vertelt het verhaal van Ingrid Jonker (gespeeld door Carice van Houten), dichteres in Zuid-Afrika en dochter van de minister van censuur (Rutger Hauer). Ingrid krijgt een relatie met schrijver Jack Cope (Liam Cunningham). Gedurende de film zien we hoe zij overhoop ligt met haar bekrompen vader, hoe ze constant in conflict is met haar omgeving en daar langzaam maar zeker aan ten onder gaat. De ontwikkelingen rond de apartheid in Zuid Afrika, die als inspiratie voor haar belangrijkste poezie diende, wordt slechts zijdelings behandeld.

Allereerst is het licht dubieus dat deze film Nederlandse prijzen grijpt aangezien het een internationale productie is. Er wordt dus geen Nederlands gesproken en de film bevat talloze internationale acteurs (als er al iemand een prijs had verdiend was het misschien Liam Cunningham maar die kun je nou eenmaal geen Nederlandse prijs geven…)

Goed, het eerste kalfje is dan voor ‘beste film’. Het lijkt er toch sterk op dat hier een politiek getint motief achter zit (iets waar ook de Academy die jaarlijks de Oscars uitreikt aan lijkt te lijden) want filmtechnisch scoort de film geen voldoende. Het script is rommelig en ongebalanceerd, het acteerwerk is houterig (Rutger Hauer….toch niet de minste) en het is soms ronduit lastig de aandacht erbij te houden. Het enige wat de film zo nu en dan kijkbaar maakt zijn enkele schitterende shots van het Zuid-Afrikaanse landschap en een enkele goed geacteerde scene (Cunningham en af en toe toch van Houten)

Dat de film eindigt met Nelson Mandela die het beroemdste gedicht van Jonker voorleest lijkt dus te verklaren waarom de film deze prijs wint.

Kalfje nummer 2 is voor Neerlands beste actrice Carice van Houten. Het is haar vijfde Gouden Kalf (o.a. Zwartboek, de Gelukkige Huisvrouw). Ik zal niet beweren dat dit onterecht is. Ze is nou eenmaal de beste actrice van Nederland op dit moment. Dat ze dan dit soort prijzen pakt mag geen verrassing heten. Jammer is het toch wel in dit geval, want Black Butterflies is zeker niet haar beste prestatie. De prijs doet niks af aan Carice van Houten, maar zegt veel over haar competitie, die kennelijk niet sterk genoeg is. It’s lonely at the top…..

Samenvattend is Black Butterflies dus ondanks de uitgereikte prijzen een film die nooit zijn potentie haalt en veel en veel minder is dan bijvoorbeeld een Zwartboek. Jammer….het ziet er slecht uit voor de Nederlandse film.

4.5/10

Thursday, September 15, 2011

The Next Three Days (Paul Haggis, 2010)

What do you want to know?

-How you escaped and no one else could.

Balls. And a little luck...

Het leven van John Brennan (Russell Crowe) wordt volledig op zijn kop gezet wanneer zijn vrouw Lara (Elizabeth Banks) wordt gearresteerd en veroordeeld voor de moord op haar baas. We zien John en zijn zoontje 3 jaar na dato met moeite het hoofd boven water houden. Wanneer blijkt dat hoger beroep niks voor Lara zal uitrichten en zij een poging tot zelfmoord doet, ziet John nog maar een oplossing: Hij zal haar moeten bevrijden uit de gevangenis. Tijdens de voorbereiding schakelt hij de hulp van een expert (een bijrol voor Liam Neeson) in, die zeven maal uit een gevangenis wist te ontsnappen. Tijdens zijn voorbereiding stuit hij op de vele praktische en financiele problemen. Zal hij er in slagen om een op het eerste gezicht onmogelijke opgave tot een goed eind te brengen?

Regisseur Paul Haggis (Crash) schotelt ons in het eerste uur een redelijk gebalanceerd verhaal voor waarin veel details op zijn plaats lijken te gaan vallen. Zo zien we bijvoorbeeld in de openingsscene Lara en John dineren met zijn broer en schoonzus. Lara valt zwaar uit tegen haar en laat zien over een zeker temperament te beschikken. Deze scene dient uiteraard om de kijker te doen twijfelen over haar onschuld, iets wat gedurende de film in het midden lijkt te blijven. Haggis focust niet zozeer op de gebeurtenissen rondom de moord maar meer op John’s voorbereidingen haar vrij te krijgen. Dit werkt voor de kijker vrij aangenaam aangezien er nog vele openingen in het plot mogelijk zijn.  

Verder is het eerste deel van de film vrij realistisch. Zo komt de licht naïve John er bijvoorbeeld op pijnlijke wijze achter dat niet elke paspoortvervalser te vertrouwen is. Verontrustend is het om te zien hoe eenvoudig John zijn informatie omtrent inbraak e.d. van het internet weet te halen. Als gevolg zien we hem bijvoorbeeld stuntelen met een zelfgemaakte sleutel in de gevangenis. Deze acties maken dat je als kijker niet gelooft dat je naar een actieheld zit te kijken en laat de mogelijke afloop van de film volledig open. Des te jammer is het dat het tweede deel in een licht ongeloofwaardige versnelling verzandt. Haggis weet de spanning nog aardig vast te houden maar de stuntelige John heeft in veel gevallen toch wel erg vaak het geluk aan zijn zijde. Ook komt de timing van bijvoorbeeld de plaatselijke politie wel allemaal erg goed uit om de spanning op te voeren. Desalniettemin is het plot redelijk foutloos en blijft de film, mede dankzij een in mijn ogen altijd goed spelende Crowe, meer dan 2 uur boeien.

The Next Three Days (overigens een remake van het Franse Pour Elle uit 2008) is niet slecht, maar de film verliest kracht en balans gedurende de tweede helft en laat daarmee kansen liggen.

6.5/10

Sunday, August 14, 2011

Magnolia (Paul Thomas Anderson, 1999)













Waarschuwing: Artikel bevat spoilers!

Het heeft wat mij betreft geen zin om een conventionele review te schrijven over deze fenomenale film van Anderson. Ik ga het niet hebben over de stuk voor stuk briljante acteerprestaties, de briljante regie en structuur (hier heeft Anderson zich duidelijk laten inspireren door bijv. Altman’s Short Cuts) of de perfecte soundtrack. Als alternatief wil ik graag een interpretatie geven van de gebruikte symboliek in dit meesterwerk.

Allereerst lijkt het me nuttig om een aantal van de (vele) karakters te scheiden in ’kinderen’ en ‘volwassenen’ aangezien ik geloof dat deze beide groepen een belangrijk onderdeel vormen van wat Anderson wil zeggen.
In de groep kinderen kunnen we plaatsen: Frank T.J. Mackey (Tom Cruise), Stanley Spector (Jeremy Blackman), Quiz kid Donnie Smith (William H. Macy), Claudia Wilson Gator (Melora Walters) en onze jonge rapper Dixon(Emmanuel L. Johnson). Wat deze karakters gemeen hebben is dat ze allen op een of andere manier slecht behandeld zijn of slecht behandeld worden. Frank Mackey is verlaten door zijn vader Earl Partridge (Jason Robards) en heeft zijn stervende moeder verzorgt op zijn 14e. Stanley wordt door zijn vader gewetenloos gebruikt voor persoonlijk gewin in de vorm van het winnen van de quiz ‘What do kids now?’. De aan coke verslaafde dochter van presentator Jimmy Gator (Philip Baker Hall), is op jongere leeftijd door hem misbruikt. Verder geeft de jonge rapper Dixon de oplossing van de moord die onderzocht dient te worden door officer Jim Kurring (John C. Reilly) en negeert de laatste deze op zeer onverschillige wijze. Om de groep volwassenen te completeren zijn er nog de ouders van Quiz kid Donnie Smith die hem zijn prijzengeld hebben afgepakt.

'We may be through with the past, but the past ain’t through with us'

Exodus 8:2 : "And if thou refuse to let them go, behold, I will smite all thy borders with frogs" 

Bovenstaande regels zijn wat mij de betreft de kern van de film. Als we de bijbel er op na slaan valt er een zeer sterke parallel te trekken tussen de karakters in de film en de straf die de slavendrijvende  farao ontvangt voor zijn onderdrukking van de Israelieten in Egypte. Opdat de farao zijn slaven niet wou laten gaan heeft God hem gestraft met de welbekende 10 plagen waarvan de kikkerregen de 2e plaag was. De parallel in deze is natuurlijk de kinderen die als slaven dienen en door ouderen in heden doch verleden zijn onderdrukt. Exodus 8:2 spreekt voor zich in deze. En wat betreft het verleden, dit mag voor sommigen een gesloten boek zijn, bijvoorbeeld voor Frank T.J. Mackey, maar het verleden is in zijn geval letterlijk nog niet klaar met hem. Er bestaan opvattingen (bijv. In Shane Hipp’s artikel “Magnolia, the Exodus for kids”) dat Stanley Mozes moet voorstellen en Dixon zijn broer Aron. Deze parallel is zeker zichtbaar, maar Anderson heeft nooit de bijbel als uitgangspunt genomen voor zijn film (hij baseerde zich op het werk van Charles Fort). Hij refereert weliswaar naar ‘the Book’, maar dit is het boek ‘The Natural History of Nonsense’ van Bergen Evans uit 1946 wat diende om bijgelovige zaken uit de wereld te helpen.

Anderson neemt ons vanaf de eerste seconde van de film mee naar vroegere gebeurtenissen (de meesten overigens ‘urban legends’) die aangeven dat sommige toevalligheden dusdanig geconstrueerd zijn dat het een hogere macht doet vermoeden. Merk op dat in het geval van de (zelf)moord van Sydney Barringer de kinderen de ouderen de das omdoen, denk niet alleen aan Sydney zelf maar ook de getuigenis van de buurjongen. Dit alles blijkt een voorbode voor de komende fascinerende drie uur die Anderson ons voorschotelt.

Met de kikkerregen wordt een onwaarschijnlijke verloop van omstandigheden in gang gezet die merkwaardig genoeg niet alleen ‘straffend’ werkt voor de ouderen. Zo wordt door de val van een van de kikkers de zelfmoord van quizmaster Jimmy Gator voorkomen, en wordt de ‘beugelwens’ van quiz kid Donnie Smith door een nare val mogelijk noodzaak. In het geval van Gator hoeft dit natuurlijk niet als redding gezien te worden. De regen heeft natuurlijk primair een symbolische functie en de gevolgen lijken secundair. De kinderen zijn nadien nog niet verlost, zo wordt pijnlijk duidelijk wanneer Stanley zijn vader vraagt: “Dad, you need to be nicer to me.” Zijn reactie “Go to bed” belooft geen verbetering.

De een op een parallel tussen Mozes en Stanley mag dan onwaarschijnlijk zijn, kinderen worden in deze film veelal als ‘engelen’ of ‘profeten’ gezien. Zo noemt de jonge rapper Dixon zichzelf ‘the Prophet’ en geeft hij agent Jim Kurring de oplossing voor de moord die heeft plaatsgevonden op de door hem ontdekte crime scene. Verder vat hij de kern van de film nog eens samen in zijn rap:

Check that ego, come off it, I'm the Prophet,
You're living to get older with a chip on your shoulder.
He's running from the devil, but the debt is always gaining,
When the sunshine don't work, the good Lord bring the rain in.
Later vindt Dixon Linda Partridge (Julianne Moore) na haar zelfmoordpoging en red hij haar leven. Iets wat ook als ‘divine intervention’ gezien kan worden, ware het via een menselijk medium (Dixon). Om deze vergelijking compleet te maken: Dixon vindt het wapen dat Jim Kurring in de regen kwijtraakt. Nadat het kikkergeweld ten einde is valt zijn wapen voor zijn neus uit de lucht, een teken van een letterlijk hogere macht. Maar de meest engelachtige verschijning is natuurlijk die van Stanley Spector. Met zijn blauwe ogen, extreme leergierigheid (vooral over weersverschijnselen), een enkele visuele verwijzing (zie afbeelding) maar vooral het feit dat hij als enige niet verbaasd is over de kikkerregen. Het lijkt alsof hij een dusdanig verschijnsel heeft voelen aankomen:

“This happens, this is something that happens”

Natuurlijk geldt dezelfde parallel voor quiz kid Donnie Smith. In 1968 won hij ‘What do kids know’.  Donnie is echter al zijn geld kwijtgeraakt aan zijn ouders. Nadat hij door de bliksem geraakt is (doet wederom ‘divine intervention’ vermoeden en herinnerde me aan Mulisch’ Ontdekking van de hemel) is hij ook zijn gave kwijtgeraakt. De Donnie die wij als kijker zien is emotioneel in de war en weet niet hoe hij zijn liefde moet uiten. Tijdens de barscene maakt hij het de kijker nog eens duidelijk:

“And no, it is not dangerous to confuse children with angels”


Haaks op de bovengenoemde engelen staat  Frank T.J. Mackey, die misschien voor vele mannen als verlossende ‘engel’ gezien kan worden en in veel opzichten geheel tegenover de eerdergenoemde ‘engelen’ staat. Waar bescheidenheid de eerdergenoemden siert, heeft Mackey zijn pijn verscholen achter een enorm ego, resulterend in zijn oppompende workshops ‘Seduce and Destroy’. Zijn schild wordt op zeer nuchtere wijze aangevallen door de interviewster en breekt tijdens de confrontatie met zijn vader Earl Partridge. Je zou hem bijna kunnen beschouwen als een ‘gevallen’ engel. Iets soortgelijks zou voor Claudia Wilson Gator op kunnen gaan. Beide ‘kinderen’ zijn dusdanig beschadigd dat ze vluchten in respectievelijk extreme oppervlakkigheid en cocaine en losbandigheid.

Visueel maakt Anderson ons gedurende de film, en vooral in het begin, duidelijk dat Exodus 8:2 op een of andere manier relevant is en dat het wel eens kikkers zou kunnen  gaan regenen, soms is het erg subtiel:















Maar veelal laat hij er geen twijfel over bestaan:















Dit alles lijkt extreem gebalanceerd en uitgedacht te zijn. Het is daarom opmerkelijk en zeker het vermelden waard dat Anderson in eerste instantie niet op de hoogte was van het bestaan van een kikkerregen in de bijbel (zoals eerder vermeld baseerde hij zich op Charles Fort die over deze fenomenen schreef en Anderson bedacht later alle visuele bijbel verwijzingen). Dit doet denken aan het wereldberoemde eindshot van Francois Truffaut’s  ‘Les quatre cents coups’. Het shot dat enkele seconden ‘freeze-framed’ op de uitzichtloze blik van de jonge hoofdpersoon is uitvoerig geanalyseerd en geprezen door critici. Later heeft Truffaut toegegeven dat het geen opzet was maar dat het shot door een technisch mankement in de film terecht is gekomen. Anderson heeft vanaf het begin dat hij begon met schrijven de titel ‘Magnolia’ in zijn hoofd gehad (overigens een woord van 8 letters, de 2e en 8e een ‘a’). Later bleek ‘Magnolia’ meerdere betekenissen te hebben die de film recht toe doen. Zo is de bast van de Magnolia boom gelinkt als medicijn tegen kanker en is het fonetisch equivalent Magonia gebruikt door Charles Fort om dat deel van de lucht te beschrijven waar objecten uit neerslaan. Toeval? Tja, things like these just happen........

Voor de volledigheid mijn waardering:

10/10

P.S.: Voor de ‘geeks’ zijn de meeste 8:2 referenties terug te vinden op imdb en wikipedia.

Saturday, June 4, 2011

Punch-Drunk Love (Paul Thomas Anderson, 2002)

Paul Thomas ‘PTA’ Anderson is het genie achter Magnolia en There Will Be Blood. Beide films behoren zonder twijfel tot de beste van de afgelopen 15 jaar. Tussen deze twee juweeltjes in maakte hij Punch-Drunk Love met Adam Sandler (van wie Anderson een groot liefhebber is). Hoongelach viel hem ten deel toen hij in Cannes aankondigde dat hij een romantische komedie met Sandler ging maken. Het resultaat is een zeer bijzondere film, die laat zien hoe kundig Anderson is en hoe goed Sandler kan acteren.

Het verhaal draait om Barry Egan (Sandler) die een fout ontdekt in een marketing actie waar hij voor pudding frequent flyer miles kan krijgen. Door voor 3000 dollar in pudding te investeren kan hij zijn leven lang gratis vliegen. Barry is een kind uit een gezin met enkel zussen en kampt met eenzaamheid en emotionele problemen. Hij heeft vele woede-uitbarstingen, een handeltje in wc-ontstoppers, en hij vindt een harmonium op straat na getuige te zijn van een auto ongeluk. Als klap op de vuurpijl komt er een wildvreemde vrouw (Emily Watson) bij hem op bezoek om hem autosleutels te overhandigen. Het laatste resulteert in een verhaallijn die zeker onder de romantische komedie te scharen valt, maar alles behalve alledaags is. Omdat de chaos nog niet compleet is wordt hij na het bellen van een sekslijn op brute wijze gechanteerd  (het geen een glansrol voor de altijd fenomenale Philip Seymour Hoffman oplevert).

Het totaal chaotische verloop van Barry’s leven wordt vakkundig door Anderson kracht bijgezet door een zeer unieke en ronduit rare filmstijl te gebruiken. Allereerst is het lichtgebruik opmerkelijk, de meeste scenes zijn over of onderbelicht. Verder wordt er veel gebruik gemaakt van ‘wide-angle’ lenzen om erg veel diepte aan te brengen, het geen in eerste instantie Barry’s eenzaamheid moet illustreren. Maar de stijl doet vermoeden dat Anderson behalve het narratief te ondersteunen ook zoals te doen gebruikelijk een boodschap in het geheel verpakt (een chaotische, zichzelf voorbijrennende samenleving wellicht….). Behalve de cinematografie vloekt ook de muziek werkelijk op alle fronten met het geheel, het zorgt voor onrust en stress gedurende bijna de hele film. Dit veroorzaakt voor de kijker een zekere onrust en zet Sandler’s woede uitbarstingen kracht bij.  De onrust doet echter niks af aan het kijkplezier. De film lijkt erg kort en alles lijkt bijzonder snel te verlopen (met 95 minuten is dit voor Anderson ook zeker een korte film). Nogmaals een ondersteuning van de onderliggende gedachte. 

Acteertechnisch en regietechnisch is Punch-Drunk Love  een erg sterke en bijzondere film en lijkt de stijl grotendeels de boodschap te dragen maar mist het de flair en epische verhaallijnen om in een adem met Anderson’s eerdergenoemde meesterwerken genoemd te worden. Desalniettemin een bijzondere kijkervaring die waarschijnlijk niet voor iedereen weggelegd is.

8/10